Ken je mij?
Wekelijkse inspiratie - 17 juli 2026
Op 30 mei was ik samen met mijn vrouw bij een concert van Typhoon. De Nederlandse rapper en zanger van Surinaamse afkomst. Tussen de nummers door vertelde hij dit verhaal:
“In onze huiskamer hangt een schilderij van een Surinaamse wasvrouw. In het rood. Met een blik die niet te vangen is. Het kan triest zijn, het kan trots zijn. Het kan zijn dat ze was afgeleid, maar hoogstwaarschijnlijk is het een blik van iemand die wat weet, maar ervoor kiest om het vóór zich te houden. Met een vleugje humor. Ik zie geen lijden in haar blik, maar weet dat het er wel is. De sterke, zwarte vrouw. Hoe cliché het ook is, het is waar. Mijn moeder. Mijn tantes. Mijn zusje. Mijn oma. Ze weten meer dan ze uitspreken. Ze dragen meer dan goed voor ze kan zijn. Soms ongezien, maar toch gracieus. Vaak liefhebbend voor twee. Ook zij vergeeft. Zij is liefde. Maar denk niet dat ze vergeet.”
Zijn verhaal kwam bij me binnen. Zo’n grote show, zo’n groot podium, maar dit hield hij heel dichtbij, klein en persoonlijk. Het werd muisstil.
In gesprek gaan
Kent u een sterke, zwarte vrouw? Ik wel, al heel mijn leven. Zij is deel van de gemeenschap van het Apostolisch Genootschap Dordrecht, waar ik opgegroeid ben. Dus ik besloot om met haar, Orsine Huiskes, in gesprek te gaan. Want als het thema in juli mondiale solidariteit is en we op 1 juli Keti Koti vieren, dan kan wat hier op papier komt natuurlijk niet alleen uit mijn hoofd en hart komen.
Universeel verlangen om gekend te worden
In ons gesprek zien we elkaar meer van binnen dan van buiten. De uiterlijke verschillen vervagen, de innerlijke wens tot verbinding komt naar boven als ik haar vraag: “hoe was dat vroeger voor u?” Tijdens ons gesprek voelde ik een universeel verlangen gekend te worden. Misschien kom je in een echt gesprek ook wel dingen tegen die je anders doet of ziet. Is het dan een kwestie van wie heeft gelijk? Of vind je het interessant om iets van buiten je eigen bubbel te horen?
Wonder van ons bestaan
Ken je mij? Wie ken je dan? In de openingsregels van dit gedicht van Huub Oosterhuis – geïnspireerd door de tekst van Psalm 139 – lees ik ook dat verlangen om gekend te zijn, net als ik ervoer in het gesprek met Orsine. In het gedicht en in de psalm gaat het nog een spaatje dieper: dat gaat over het wonder van de schepping. ‘Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.’ Hoe krachtig is dat? Dat ik mij gekend weet, geliefd weet door de oerkracht, de oerbron van waaruit alles is ontstaan, dat ik daar deel van ben. Dat ik zing, dans, lach, huil, ruzie maak en het weer goed maak onder dezelfde sterren en maan als al zovele mensen vóór mij…
Elk mens heeft dezelfde oorsprong
In onze grondslag staat een zin die hieraan raakt: ‘Omdat we geloven dat alle leven uit één oorsprong voortkomt, willen we elk mens als gelijkwaardig zien en steeds weer zoeken naar wat ons verbindt.’ Dus we hebben het over élk mens: dichtbij of ver weg, in afstand of gevoel.
Solidariteit doen
Transformeert deze grondslag tot een houding waaruit liefde en waardigheid te ervaren is? Hoe dan? Wat vraagt dit van mij in mijn dagelijks leven? Ken ik de mensen echt die ik tegenkom? Het antwoord ligt in het doen. Door solidariteit en gelijkwaardigheid in de praktijk te brengen, groeit onze verbindingskracht en tillen we elkaar op. Menswaardigheid die zich vertaalt in compassie en solidariteit. Dat is ons geloof.
Paul Joor
Districtsvoorganger Schiedam